Hieronder zal onze advocaat ondernemingsrecht u de grote lijn over aandelen uiteenzetten. Als u direct naar onze ondernemingsrecht website wilt, klikt u dan hier. De BV is een rechtspersoon met een maatschappelijk kapitaal dat in aandelen is verdeeld. Het maatschappelijk kapitaal wordt in de statuten in aandelen verdeeld. U krijgt als aandeelhouder zowel recht op dividend als een recht op zeggenschap. De BV kent uitsluitend aandelen op naam en er is een aandeelhoudersregister met gegevens.

De aandelen worden geleverd door middel van een notariële akte vereist. Iedere aandeelhouder heeft een voorkeursrecht bij uitgifte van de aandelen naar evenredigheid van zijn aandelen. Stel hier vrijblijvend uw vraag over aandelen aan onze advocaat aandeelhouders.

Advocaat ondernemingsrecht: soorten aandelen

  • Gewone aandelen: aan alle aandelen in verhouding tot hun bedrag zijn gelijke rechten en verplichtingen verbonden, tenzij de statuten anders bepalen. Gewone aandelen geven recht op zeggenschap in de AVA en recht op dividend;
  • winstrechtloze aandelen: bij BV: men kan wel stemmen maar men heeft geen recht op winst. Dit wordt vooral gebruikt bij familievennootschappen.
  • stemrechtloze aandelen: deze aandelen hebben geen stemrecht, maar wel vergaderrecht en winstrecht. Kan worden gebruikt bij werknemersparticipaties en bij externe kredietverstrekkers die niet hoeven mee te beslissen. Is een alternatief voor certificering van aandelen.
  • Prioriteitsaandelen:  aandelen die naast de gewone aandelen prioriteit hebben bij beslissingen als het benoemen van het bestuur of winstuitkering.
  • Letteraandelen: aandelen die worden aangeduid met een letter. In de statuten kan verschil in rechten worden opgenomen voor de letteraandelen, op gebied van bestuur of dividend. Hiermee kan worden voorkomen dat nieuwe aandeelhouders recht krijgen op een deel van de reserves van de BV
  • Preferente/cumulatief preferente aandelen: preferente aandelen zijn aandelen waaraan bijzondere financiële rechten zijn verbonden zoals verdeling van de winst. Cumulatief preferente aandelen zijn aandelen die recht geven op een deel van de winst ook over de jaren dat er geen winst te verdelen is. In dat geval komen de cumulatief preferente aandelen in het jaar dat er wel winst is eerst aan bod voor de niet uitgekeerde jaren.

Advocaat ondernemingsrecht: Winstrecht en dividenduitkering in het BV-recht

Op 1 oktober 2012 is de Wetvereenvoudiging en flexibilisering BV-recht ingevoerd.  Artikel 2:216 BW werd geherformuleerd, onder meer omdat de wetgever het verbod op winstuitsluiting wilde moderniseren en winstrechtloze aandelen wilde toestaan. In lid 7 van artikel 2:216 wordt de mogelijkheid geopend om in de statuten te bepalen dat aandelen van een bijzondere soort of aanduiding geen of slechts beperkt recht geven tot deling in de winst of reserves van de vennootschap.

 Advocaat ondernemingsrecht: Winstrechtloze aandelen

Het wetsvoorstel maakt het dus mogelijk dat in de statuten wordt voorzien in winstrechtloze aandelen. De expertgroep BV-recht heeft in dit verband opgemerkt dat het in sommige gevallen gewenst kan zijn dat een aandeelhouder niet deelt in de winst van de BV en evenmin recht heeft op een gedeelte van het liquiditeitsoverschot, bijvoorbeeld indien de oprichter van een familievennootschap als aandeelhouder wil meebeslissen over de gang van zaken in de vennootschap, maar de winst geheel aan zijn kinderen wil doen toekomen. Mocht u een vraag hebben over de winstrechtloze aandelen in een BV of in het vennootschapsrecht dan kunt u deze stellen aan onze advocaat ondernemingsrecht op de pagina contact.

Winstrecht en aandeelhouders

De mogelijkheid om aandelen uit te sluiten van het recht op uitkeringen kan niet worden toegepast ten aanzien van stemrechtloze aandelen. Omdat het winstrecht evenals het stemrecht een wezenlijk onderdeel van het aandeelhouderschap vormt, is het van belang dat een statutenwijziging die afbreuk doet aan de winstrechten niet tegen de wil van de betrokken aandeelhouder kan plaatsvinden. Lid 8 bepaalt in dit verband dat voor een besluit tot statutenwijziging als bedoeld in lid 7 de instemming is vereist van alle houders van aandelen waaraan de statutenwijziging afbreuk doet. Door te bepalen dat instemming is vereist en bijvoorbeeld niet een besluit met algemene stemmen van de algemene vergadering is de bescherming eveneens van toepassing op houders van stemrechtloze aandelen.

Advocaat ondernemingsrecht: Dividend en uitkeringstest

Waar op grond van artikel 2:216 lid 2 (oud) BW uitkeringen slechts konden worden gedaan voor zover het eigen vermogen groter was dan het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden, is krachtens het huidige artikel 2:216 lid 1 BW een dividenduitkering mogelijk voor zover het eigen vermogen de wettelijke en statutaire reserves overstijgt (de zogenaamde beperkte balanstest). Daarbij stelt het huidige artikel 2:216 lid 2 BW een besluit tot uitkering van de algemene vergadering van aandeelhouders of van een ander daartoe door de statuten aangewezen orgaan wel afhankelijk van goedkeuring door het bestuur.

Het bestuur zal die goedkeuring slechts kunnen weigeren, als het weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de vennootschap na de uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden (de zogenaamde uitkeringstest). Mocht u een vraag hebben over dividenduitkering en de uitkeringstest in het vennootschapsrecht dan kunt u deze stellen aan onze advocaat ondernemingsrecht op de pagina contact.

Bestuurdersaansprakelijkheid en dividenduitkering

Sluitstuk op de herziene regeling is de in het huidige artikel 2:216 lid 3 BW geregelde (interne) aansprakelijkheid van de bestuurders en degene die de uitkering ontving, indien de vennootschap na een uitkering niet kan voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden en de genoemde betrokkenen zulks wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien. Overigens werd ook onder artikel 2:216 (oud) BW aangenomen dat de belangen van derden of het belang van de continuïteit van de vennootschap zich tegen een door die bepaling op zichzelf toegelaten dividenduitkering konden verzetten. Ook onder het regime van artikel 2:216 (oud) BW ging het uiteindelijk erom of de continuïteit van de vennootschap na de uitkering in gevaar zou komen.

Stemrechtloze aandelen in het nieuwe BV-recht

Op 1 oktober 2012 is de Wet flex-BV in werking getreden. De Wet flex-BV bevat onder meer een regeling voor stemrechtloze aandelen. Een stemrechtloos aandeel geeft  recht op uitbetaling van winst maar geen recht op zeggenschap (stemrecht) binnen de onderneming.

De uitgifte van stemrechtloze aandelen kan zinvol zijn in het geval de ondernemer iemand wil laten profiteren van de winst maar hem geen zeggenschap wenst te geven, bijvoorbeeld aan een werknemer in het geval van werknemersparticipatie of aan een bank die krediet verstrekt.

Stemrechtloze aandelen in de Wet flex-BV

In afwijking van het uitgangspunt dat aan elk aandeel ten minste één stem is verbonden en het stemrecht evenredig is aan de nominale waarde van de aandelen is het mogelijk om stemrechtloze aandelen te creëren op grond van artikel 2:228 BW. Stemrechtloze aandelen zijn aandelen waaraan dus geen stemrecht is verbonden in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA). De mogelijkheid van uitgifte van stemrechtloze aandelen dient voorafgaand in de statuten te zijn opgenomen.

Rechten verbonden aan stemrechtloze aandelen

Een stemrechtloos aandeel mag niet volledig zonder winstuitkering zijn. Stemrechtloze aandelen geven dus altijd een bepaald recht op deling in de winst van de onderneming.

De houders van stemrechtloze aandelen hebben tevens het recht om de AVA bij te wonen en daarin het woord te voeren. De onderneming kan dit vergaderrecht niet uitsluiten, in tegenstelling tot de certificering van aandelen waar het vergaderrecht in de statuten wel kan worden uitgesloten.

BGA van stemrechtloze aandeelhouders

Nu het bij stemrechtloze aandelen steeds gaat om aandelen van een bepaalde soort of bepaalde aanduiding vormt de vergadering van stemrechtloze aandeelhouders als zodanig een orgaan binnen de onderneming, de zogenaamde beperkte groep aandeelhouders (de BGA).

Bij de mogelijkheid van het toekenning van bevoegdheden van stemloze aandeelhouders in de statuten kan gedacht worden aan de benoeming van bestuurders en commissarissen, het ontslag van bestuurders, goedkeuringsrechten voor bepaalde besluiten van de AVA en het geven van instructies aan het bestuur. Door het toekennen van dergelijke bevoegdheden in de statuten kan de invloed van stemrechtloze aandeelhouders dus toch nog aanzienlijk zijn.

Advocaat ondernemingsrecht: Winstrechtloze aandelen

Naast de mogelijkheid van stemrechtloze aandelen maakt de Wet Flex-BV het ook mogelijk om winstrechtloze aandelen uit te geven. In de statuten zal dan moeten worden opgenomen dat aandelen van een bijzonder soort of aanduiding geen of slechts een beperkt recht geven tot deling in de winst van de onderneming.

Uitgifte van winstrechtloze aandelen kan wenselijk zijn indien de onderneming iemand wel als aandeelhouder wil laten meebeslissen maar hem niet wil laten meedelen in de winst. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij familiebedrijven.

Een aandeel kan overigens niet gelijktijdig stemrecht- en winstrechtloos zijn. Aan een aandeel is dus altijd een stemrecht óf een winstrecht verbonden.

De uitgifte van stemrechtloze aandelen lijkt in de meeste gevallen aantrekkelijker dan certificering van aandelen omdat in het eerste geval het stemrecht geheel komt te vervallen terwijl het stemrecht bij certificering blijft bestaan en enkel gescheiden wordt van het winstrecht. Tevens heeft een stemrechtloze aandeelhouder vergaderrecht en de certificaathouder slechts indien dit nadrukkelijk in de statuten staat vermeld. Ten slotte kan de levering van certificaten van aandelen onderhands plaatsvinden in tegenstelling tot levering van stemrechtloze aandelen. Deze laatste dienen te worden geleverd middels een notariële akte.

Beleid, vennootschappelijk belang en aandeelhouders

Het (te) voeren van het beleid van de besloten vennootschap

Het bepalen van de strategie en beleid van de besloten vennootschap (BV) en de daaraan verbonden onderneming is in beginsel een aangelegenheid van het bestuur van de B.V.  De algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) kan haar opvattingen ter zake van het te voeren beleid tot uitdrukking brengen door uitoefening van de haar in wet en statuten toegekende rechten. Dit laatste brengt met zich mee dat het bestuur van de besloten vennootschap  aan de algemene vergadering van aandeelhouders weliswaar verantwoording dient af te leggen van het gevoerde beleid, maar dat het, behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen, niet verplicht is om de algemene vergadering van aandeelhouders vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen, waartoe het bestuur bevoegd is (Hoge Raad, 13 juli 2007, NJ 2007, 434). Mocht u een vraag hebben over de besloten vennootschap in het ondernemingsrecht dan kunt u deze stellen aan onze advocaat ondernemingsrecht op de pagina contact.

Het benoemen van bestuurders door de aandeelhouders

De Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht, in werking getreden per 1 oktober 2012, bepaalt in artikel 2:242 lid 1 BW dat in de statuten aan bepaalde categorieën aandeelhouders het recht kan worden gegeven om een bestuurder te benoemen. Deze regeling brengt echter niet mee dat een eigen gekozen bestuurder zich bij de vervulling van zijn taak mag of moet richten op het belang van de eigen aandeelhouder, die hem als bestuurder gekozen heeft. Hierop is destijds in de Memorie van Toelichting (MvT) bij de wet over het nieuwe BV-recht ook uitdrukkelijk gewezen.

Het belang van de vennootschap en het te voeren beleid

Zoals de commissie vennootschapsrecht heeft opgemerkt doet de mogelijkheid dat één of meerdere aandeelhouders ieder een eigen bestuurder benoemen geen afbreuk aan het uitgangspunt dat het bestuur van de vennootschap zich bij het handelen moet richten naar het belang van de vennootschap. De bestuurder die wordt benoemd door een bepaalde groep van aandeelhouders geniet weliswaar het bijzondere vertrouwen van die groep, maar zal zich bij de besluitvorming niet uitsluitend mogen laten leiden door hun belangen. Mocht u een vraag hebben over aandeelhouders en bestuurders in het ondernemingsrecht dan kunt u deze stellen aan onze advocaat ondernemingsrecht op de pagina contact.

Instructierecht van aandeelhouders

In dit verband is overigens ook de gewijzigde regeling omtrent het geven van aanwijzingen door de aandeelhouders aan het bestuur van belang. Sinds 1 oktober 2012 vermeldt artikel 2:239 lid 4 BW dat de statuten kunnen bepalen dat het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een ander orgaan van de vennootschap, zoals de AVA. Het bestuur is gehouden de aanwijzingen op te volgen, tenzij deze in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Mocht u een vraag hebben over de instructiebevoegdheid van aandeelhouders in het ondernemingsrecht dan kunt u deze stellen aan onze advocaat ondernemingsrecht op de pagina contact.

 Instructierecht en vennootschappelijk belang

Het bestuur is gehouden om de aanwijzingen op te volgen tenzij dat in strijd is met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Het bestuur mag derhalve de instructies van een ander orgaan niet slaafs navolgen maar dient een zelfstandige belangenafweging uit te voeren. In de wettelijke bepaling is dus expliciet tot uitdrukking gebracht dat het bestuur niet gehouden is de aanwijzingen strikt op te volgen indien dat in strijd is met het belang van de vennootschap. De commissie vennootschapsrecht heeft dan ook terecht opgemerkt dat het vanzelf spreekt dat een instructierecht wordt begrensd door het vennootschappelijk belang.

 Conclusie

De per 1 oktober 2012 geldende regeling houdt vast aan het uitgangspunt dat het bestuur zich dient te richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Aanwijzingen van een daartoe in de statuten aangewezen orgaan (zoals bijvoorbeeld de houders van aandelen van een bepaalde soort) kunnen (nog steeds) geen grond opleveren of reden zijn om aan dat vennootschappelijk belang afbreuk te mogen doen.

Het nieuwe instructierecht van de aandeelhouder

Het nieuwe artikel 2:239 BW staat, in tegenstelling tot het verleden, nu toe dat in de statuten van de BV de bevoegdheid wordt toegekend aan een orgaan van de BV om concrete, bindende instructies te geven aan het bestuur van de BV.

Op grond van de oude regelgeving kon een orgaan van een vennootschap ook al aanwijzingen geven aan het bestuur van een onderneming, maar slechts voor wat betreft de algemene lijnen van het te voeren beleid op nader in de statuten aangegeven terreinen. In het nieuwe BV-recht is deze beperking echter komen te vervallen. Op het oog lijkt dit een aanzienlijke verruiming van de instructiebevoegdheid van aandeelhouders. Vraag is of dit in de praktijk ook daadwerkelijk zo is. Uit de bestaande jurisprudentie blijkt dit namelijk nog niet. De uitspraken gaan in de meeste gevallen over concernverhoudingen. Een verklaring voor de beperkte hoeveelheid jurisprudentie zou mogelijk kunnen zijn dat de gegeven instructies aan het bestuur in de praktijk meestal in de vorm van een verzoek, een advies of een aanbeveling worden gedaan en dan is er geen sprake van een formeel genomen besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA).

Grenzen aan het instructierecht

Een statutair toegekend instructierecht en de uitoefening daarvan door aandeelhouders is niet onbegrensd. Op basis van de wet,  de statuten en op grond van de uit de wet en statuten voortvloeiende  vennootschappelijke orde kunnen beperkingen aan de uitoefening van het instructierecht van aandeelhouders volgen. De beperkingen die uit de wet voortvloeien zien op algemene normen en op beperkingen op grond van specifiek wettelijk toegekende taken en bevoegdheden. Zo zal een instructie niet in strijd mogen zijn met de goede zeden of de openbare orde of anderszins in strijd mogen zijn met regels van dwingend recht. Ook heeft het instructiegevende orgaan zich te houden aan de grenzen van de redelijkheid en billijkheid en mag zij haar bevoegdheid tot het geven van instructies niet misbruiken en ook het bestuur niet belemmeren om aan zijn wettelijke verplichtingen te voldoen.

Beperking door de statuten

De statuten kunnen, net zoals dat onder het oude recht al het geval was, aan het instructiegerechtigde orgaan beperkingen opleggen. In de praktijk zal men in veel statuten waarin in een instructierecht is opgenomen de bepaling tegenkomen dat het bestuur alleen de aanwijzing van aandeelhouders betreffende de algemene lijnen van het te voeren beleid dienen te volgen. Een concrete instructiebevoegdheid van aandeelhouders wordt daarmee impliciet uitgesloten.

Ingevolge artikel  2:239 BW is het bestuur, behoudens beperking in de statuten, belast met het besturen van de vennootschap. Dit houdt in het leiding geven over de dagelijkse gang van zaken bij de vennootschap, het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van het beleid, zowel voor de korte als de langere termijn. Het bestuur is bij deze taakuitoefening autonoom. De vraag is dan in hoeverre een instructiegevend orgaan zich door middel van instructies op dit terrein mag begeven.

Beperking door het vennootschappelijk belang

De algemene vergadering van aandeelhouders heeft binnen de vennootschap de meest ruime mogelijkheden met betrekking tot het instructierecht. De algemene vergadering van aandeelhouders kan instructies geven met betrekking tot alle aspecten van de dagelijkse gang van zaken in de onderneming. Het bestuur is echter steeds gerechtigd om een gegeven instructie zelfstandig en in volle omvang te toetsen aan het vennootschappelijke belang. Indien de gegeven instructie strijdig is met het belang van de vennootschap, hoeft het bestuur de instructie dan ook niet op te volgen.

De aanwijzingsbevoegdheid van de algemene vergadering mag dan als zodanig begrensd zijn maar uit het arrest Sobi/Hurks is gebleken dat de aandeelhouders feitelijk wel zo ver kunnen gaan dat zij bij het niet volgen van de gegeven richtlijnen en aanwijzingen van de aandeelhoudersvergadering het bestuur kunnen ontslaan en vervangen. Enkel wanneer de instructies in strijd zouden zijn met het vennootschappelijk belang heeft de aandeelhoudersvergadering deze verreikende bevoegdheid niet.

Stel hier geheel vrijblijvend uw vraag over aandelen aan onze advocaat ondernemingsrecht.